SUPERVISIE IN HET KADER VAN DE VGCT

 

ALGEMEEN

 

ĎIn de supervisie leert de aspirant-gedragstherapeut in volle omvang het gedragstherapeutische proces toepassen in door hem/haarzelf uitgevoerde gedragstherapeutische behandelingen. Aan het eind van de supervisieperiode wordt de supervisant in staat geacht om zelfstandig gedragstherapieŽn op verantwoorde wijze te kunnen uitvoerení (VGCT Handboek, 2005).

 

 

SPECIFIEK

*De supervisie in het kader van de VGCT besteedt aandacht aan het leren van behandelingen volgens cognitief-gedragstherapeutische werkwijze. Deze supervisie is monomethodisch en alleen evidence based behandeltechnieken zullen aan de orde komen. Ook proces aspecten van de therapie kunnen aan bod komen, alsmede eigen valkuilen en (disfunctionele) opvattingen over behandeling.

 

*De supervisant is vrij iedere casus in te brengen, maar het verdient de voorkeur casus te bespreken waarvan het voor de hand ligt deze met CGT te behandelen, zoals de meeste as 1 stoornissen.

 

*In de eerste fase van de supervisie worden de doelen van de supervisant besproken. Hierin staan de wensen van de supervisant centraal en de eisen van de VGCT. De doelen worden concreet geformuleerd en vastgelegd op papier door de supervisant en na een periode geŽvalueerd.

 

*Van iedere zitting dient de supervisant een kort verslag te maken en bij de volgende zitting in te leveren. Tevens dient halverwege en aan het einde van de supervisie periode een voortgangsverslag gemaakt te worden (conform richtlijnen VGCT).

 

*De (nieuw) ingebrachte casus dienen voorbereid te worden in termen van het FABA-model (Korrelboom en Ten Broeke 2014). De casusconceptualisatie dient minimaal een beschrijving van de problematiek te bevatten, een taxatie in functie- en betekenisanalyses en een beargumenteerd globaal behandelplan. Voorafgaande de zitting dient de supervisant dit verslag (via de mail) naar de supervisor te hebben opgestuurd.

 

*de supervisie periode bedraagt (behalve wanneer anders afgesproken) 25 bijeenkomsten.

 

INHOUD

Technieken die o.a. aan bod kunnen komen zijn: socratische dialoog, gedachteschema, gedragsexperimenten, exposure in vivo, interoceptieve exposure, meerdimensioneel evalueren, contracondtioneren, herstructureren van vroege herinneringen, EMDR, schrijfopdrachten, rollenspelen, dagboeken.De supervisant dient deze technieken in theorie te kennen alvorens de supervisie te starten. De supervisant dient video opnames[1] te maken van GCT zittingen en middels deze video opnames wordt de toepassing van de technieken in de supervisie besproken, getoetst en geŽvalueerd. Tevens kunnen supervisant en supervisor in de zitting middels rollenspelen oefenen. Van de supervisor mag verwacht worden dat hij gericht feedback geeft op de toepassing en daar waar gewenst demonstraties geeft.

 

LOCATIE

Ster-Opleidingen en Therapie

Keulenstraat 12

7418 ET Deventer

 

TOETSING:

Om de supervisie periodemet een voldoende af te ronden dient de supervisant o.a. op video (1) een gedachteschema maken met een patiŽnt, (2) een gedragsexperiment voorbespreken en nabespreken en (3) een fragment socratische dialoog, op een correcte wijze op een correcte wijze uit te voeren conform beschreven in Ten Broeke e.a. 2008 (of op een andere wijze zoals van te voren afgesproken). (zie bijlage voor beoordelingsformulier)

 

Tevens dient aan alle bovenstaande eisen voldaan te zijn.

 

 

KOSTEN

100 euro per 45 minuten. Afspraken dienen 48 uur van te voren afgezegd worden. Bij afzeggen tussen 48 en 24 uur wordt 50% van de kosten in rekening gebracht. Wanneer binnen 24 uur wordt afgezegd wordt het gehele bedrag in rekening gebracht.

 

SUPERVISOR

Steven Meijer, gedragstherapeut, GZ-psycholoog (BIG), psychotherapeut (BIG), Klinisch Psycholoog (BIG), opleider/supervisor/leertherapeut (VGCT), trainer EMDR (EMDR-E), trainer Dialectische Gedragstherapie (Dialexis).

 

LITERATUUR (verplicht)

Ten Broeke e.a. (2008) Cognitieve therapie, de basisvaardigheden, Boom

Korrelboom & Ten Broeke (2014) GeÔntegreerde cognitieve gedragstherapie, Muiderberg: Coutinho

Keijsers, Minnen & Hoogduin (2017) protocollaire behandelingen in de ambulante GGZ I en II, CCD, Houten

Ten Broeke, E. e.a. (2009) Praktijkboek geÔntegreerde cognitieve gedragstherapie: protocollaire behandelingen op maat. Coutinho: Muiderberg.

 

 

Bijlage:

BEOORDELINGSFORMULIER VGCT SUPERVISIE

 

Naam supervisant:

 

Algemene doelen voor de supervisie (1e 25 zittingen):

-verkrijgen van kennis psychopathologie as 1 stoornis (optioneel)

-het kunnen conceptualiseren van problematiek (GCGT, casusconceptualisatie)

-het kunnen terugkoppelen van conceptualisatie aan de patient

-het kunnen inzetten van registratie opdrachten

-het kunnen uitvoeren van basis-technieken (gedachtenrapport en gedragsexperimenten)

-algemene therapeutische vaardigheden (waaronder socratische dialoog).

 

*verkrijgen kennis van psychopathologie (optie)

Bestuderen van literatuur over psychopathologie, b.v. Francis & First, DSM-4 de bijbel van de psychiater

 

 voldoende

 

 verdient aandacht in de navolgende supervisie(sessies)

 

*conceptualiseren van problematiek

Doel: het in staat zijn van het gericht conceptualiseren van de problematiek van de patient volgens een leertheoretische-cognitieve visie (GCGTl, cognitieve casusconceptualisatie)

 

Middel: supervisant bereid iedere casus voor door de problematiek te conceptualiseren en op schrift aan te leren. Aan het einde van de supervisie periode zijn er tenminste 3 casus qua conceptualisatie voldoende beoordeeld.

 

 voldoende

 

 verdient aandacht in de navolgende supervisie(sessies)

 

 

*terugkoppeling van conceptualisatie aan patient

Doel: het in staat zijn de gemaakte analyses op een adequate wijze terug te koppelen aan de patiŽnt, zodat de patiŽnt deze begrijpt en zich er aan kan verbinden.

 

Middel: ten minste 1 video-opname waarin de casusconceptualisatie op maat en op een adequate wijze teruggekoppeld wordt aan de patient

 

 voldoende

 

 verdient aandacht in de navolgende supervisie(sessies)

 

 

*inzetten van registratie opdrachten

Doel: het in staat zijn adequate registratie opdrachten te geven gerelateerd aan de problematiek. De supervisant is in staat een onderscheid te maken tussen CS, Sd, R, Sr, Cr registraties en een adequate keuze te maken.

 

Middel: ten minste 1 video opname waarin op een adequate wijze en op de problematiek toegesneden een of meerdere vormen van registratie beargumenteerd worden voorbesproken en nabesproken.

 

 voldoende

 

 verdient aandacht in de navolgende supervisie(sessies)

 

 

*het kunnen uitvoeren van basistechnieken

Doel: het adequaat kunnen uitvoeren van basistechnieken waaronder het gedachteschema en gedragsexperimenten.

 

Middel: ten minste 1 video opname van een gedachteschema, waarin een relevant incident wordt uitgewerkt en waarin de juiste stappen gevolgd worden (selectie BANG, bewijzen voor en tegen, beoordeling bewijzen, formulering van de ENG enz){uitgebreide beschrijving diverse stappen Ten Broeke e.a. 2008: socratische dialoog en gedachteschema}.

Ten minste 1 video opname van een adequaat gedragsexperiment, gerelateerd aan de klachten waarin de juiste stappen worden gevolgd (conform Ten Broeke e.a. 2008: gedragsexperimenten).

 

 voldoende

 

 verdient aandacht in de navolgende supervisie(sessies)

 

 

*Algemene therapeutische vaardigheden

Doel: beheersen van algemene therapeutische vaardigheden, die noodzakelijk zijn voor het adequaat conceptualiseren van de klachten, het bespreken van de taxatie, het structureren van de therapie, het vergroten van commitment,

 

Middel: diverse video fragmenten waarin de algemene therapeutische vaardigheden adequaat

blijken

 

 voldoende

 

 verdient aandacht in de navolgende supervisie(sessies)

 

 

 

Steven Meijer

Februari 2018

 

 

 

 

 



 



[1] video opnames verhogen het rendement van supervisie in grote mate en daarom is het verplicht om in deze supervisie opnames mee te brengen